‘Met gezond verstand het beste doen voor Brabant en haar Brabanders’

De begrotingsbehandeling in Provinciale Staten kreeg afgelopen vrijdag een verrassende ontknoping. Diep in de nacht, aan het eind van de vergadering, dienden CDA-gedeputeerden Marianne van der Sloot en Renze Bergsma hun ontslag in. Met name omdat hun fractie in Provinciale Staten in het stikstofdossier een andere weg wil inslaan dan de overige coalitiepartijen VVD, D66, GroenLinks en PvdA.

Statenlid Wil van Pinxteren van Lokaal Brabant zag deze ontknoping in de afgelopen weken al een beetje aankomen. Het tijdstip waarop dit gebeurde, verrast hem wel. ‘Het CDA kwam al bij al zwak uit de coalitie onderhandelingen, getuige ook het addendum over de landbouw dat op het laatste moment nog toegevoegd moest worden aan het coalitie akkoord. Daarnaast hadden ze te maken met een sterke linkse invloed in de coalitie, die zich weinig flexibel opstelt in het stikstofdossier en tot nu toe koste wat kost vast wil houden aan de besluiten van juli 2017, op de achtergrond gesteund door de SP. Het is duidelijk dat Gedeputeerde Grashof vanuit GS de opdracht heeft gekregen om zijn rug recht te houden in de eerder genoemde lijn. Hij toont daarin weinig ruimte voor compromissen en de emotie verbonden aan dit dossier.’

Op steun van de Brabantse VVD hoefde het CDA niet te rekenen. Van Pinxteren: ‘De VVD lijkt geen boodschap te hebben aan wat dan ook. Als ze maar aan de macht kunnen blijven. Hiervoor zijn ze bereid om grote offers te brengen, zoals het verhogen van de opcenten motorvoertuigenbelasting. Tegelijkertijd strepen ze niet in de plannen van coalitiepartners D66, GroenLinks en PvdA. Door dit optreden lijkt een coalitie zonder CDA aangevuld met de SP steeds dichterbij te komen. Iets wat de VVD na de vorige Statenperiode absoluut niet meer wilde.’

Van Pinxteren ziet in het landbouw dossier nog wel een oplossing en dat betekent ruimte in de tijd. ‘We kunnen een nieuwe tijdsplanning aanbrengen in de besluiten van juli 2017, op basis van de inzichten van nu.’ Dat noemt hij ‘temporiseren’. ‘Dat hoeft dus niet 2028 te zijn. Het liefst eerder, maar wel een tijdsplanning die past bij de technische ontwikkelingen, juridische ontwikkelingen en de spankracht van de ondernemingen van vele Brabantse gezinnen. Dat gaat alle partijen lucht bieden. Daar moet toch uit te komen zijn in het belang van Brabant en de Brabanders, als we ons maar de vraag durven te stellen: voor wie doen we dit?’

Op de vraag welke rol Lokaal Brabant in dit proces kan spelen, is Van Pinxteren ook helder. ‘Wij zijn een partij die vanuit gezond verstand probeert het beste te doen voor Brabant. Daarom vertegenwoordigen we ook de lokale gemeentelijke partijen, die een achterban hebben die ook op deze wijze in het leven staat. Onze lokale partijen zijn niet rechts of links. Juist daarom hebben lokalen een grote achterban. We maken als Lokaal Brabant voor elk dossier afzonderlijk een reële belangenafweging en proberen zo een goede bijdrage te leveren aan de besluitvorming in de Staten van Brabant.’