Bij de Begrotingsbehandeling van de provincie Noord-Brabant heeft Lokaal Brabant zelf vijf moties ingediend en ook een aantal moties van andere partijen ondersteund.
Fractievoorzitter Hubert Koevoets ging allereerst in op de groei van Lokaal Brabant.
‘In de afgelopen maanden hebben zes lokale partijen zich aangesloten bij Lokaal Brabant. Verder staan er nog andere partijen in de startblokken, waardoor de diversiteit en het draagvlak binnen onze beweging sterk toeneemt. Zij brengen lokale kennis, komen met frisse ideeën en energie die Lokaal Brabant sterker en veelzijdiger maken. Samen bouwen we aan een partij die ons Brabant verbindt, vooruit kijkt en oog heeft voor de kracht van lokale gemeenschappen. Deze samenwerking maakt Lokaal Brabant dynamischer en relevanter dan ooit.’
Daarna gaf hij een toelichting op de vijf moties van Lokaal Brabant. Om de productie van groen gas te stimuleren diende Lokaal Brabant de motie ‘Groen licht voor Groen Gas’ in. Daarin wordt het college verzocht om te onderzoeken hoe initiatieven voor productie van Groen Gas geholpen kunnen worden om van de grond te komen. Ook wordt verzocht bij het Rijk en/of Europa aan te kloppen om ook een aandeel te leveren aan het wegnemen van belemmeringen op financieel of procedureel vlak. Deze motie werd aangenomen.
Verder vroeg Lokaal Brabant via twee moties om extra aandacht voor verkeersveiligheid. Allereerst werd een motie ingediend om te onderzoeken hoe provinciale wegen veiliger te maken, met name door het toepassen van geleiderails op plaatsen waar bomen langs de weg staan, of greppels en sloten of fietspaden langs de weg liggen. Deze motie werd unaniem aangenomen door Provinciale Staten.
In een tweede motie heeft Lokaal Brabant het college verzocht om in overleg te treden met de Brabantse gemeenten, politie, verkeersveiligheidsorganisaties en ROV Brabant om te komen tot één uniforme richtlijn voor de voorrangsregels op rotondes
binnen de provincie Noord-Brabant en hierbij nadrukkelijk aandacht te besteden aan verkeersveiligheid, doorstroming en handhaafbaarheid. Deze motie haalde het helaas niet.
In zijn betoog ging Koevoets ook in op de huidige situatie van het openbaar vervoer in Brabant.
‘Mobiliteit gaat over méér dan asfalt alleen. Het gaat ook over verbinding: dat een oudere in een dorp nog naar de stad kan, dat een jongere zonder auto tóch kansen heeft. Daarom is een robuust en toekomstgericht openbaar vervoersnetwerk essentieel voor de bereikbaarheid van steden én het platteland. De Provincie moet zich nog meer gaan focussen en investeren in duurzame mobiliteit’, legde de fractievoozitter van Lokaal Brabant uit. ‘Het doel is dat iedere Brabander, ongeacht woonplaats of achtergrond, veilig en duurzaam kan reizen. Een goed openbaar vervoer, schoon en betrouwbaar, is geen luxe — het is een voorwaarde voor gelijke kansen. Nu en in de toekomst.’
Daarom diende Lokaal Brabant de motie ‘Bravo: Brabant vervoert ons – daadwerkelijk’ in. Deze werd met een kleine meerderheid aangenomen.‘Dit om ervoor te zorgen dat we er op tijd klaar voor zijn, mochten we, na afloop van de pas toegekende concessies in West en Oost en de komende in Zuid-Oost, tot de slotsom komen dat een eigen provinciaal Openbaar vervoersbedrijf de beste keus is.’
De laatste motie die Lokaal Brabant indiende tijdens de Begrotingsbehandeling had de titel ‘Laat de Brabantse molens draaien’. In deze motie verzoekt de fractie van Lokaal Brabant het college om in gesprek te gaan met de afdeling Noord-Brabant van het Gilde van Molenaars en de Molenstichting Noord-Brabant. Dit om te bezien hoe de provincie kan helpen om deze organisaties in staat te stellen om hun nuttige werk, met name op gebied van opleiden van molenaars en het opstellen van molenpaspoorten te begeleiden en in de toekomst voort te kunnen zetten. Deze motie werd bijna unaniem aangenomen.
Tijdens de Statenvergadering kwam ook het advies van de provincie Noord-Brabant aan het Commissariaat van de Media aan bod om de zendmachtiging van Omroep Brabant te bemachtigen. Dit verzoek werd door een meerderheid van de Staten gesteund. Angela Kuiper deed daarbij wel de oproep om als provincie in de toekomst beter te kijken naar de bredere rol die de regionale omroep vervult en de manier waarop hierover verantwoording wordt afgelegd aan de provincie.







